1. Hebben we er behoefte aan?
2. Ontlast het de leerkracht?
3. Wat is de verhouding spelen/leren?
4. Sluit het aan bij de in de klas behandelde leerstof?
5. Is het oefenstof die hoort bij de klas?
6. Is er een goede feedback naar de leerling?
7. Hoe vriendelijk is het programma? Is er een registratieprogramma, waarmee we kunnen zien hoe elk kind het gedaan heeft? En waarmee het de volgende keer verder gaat? Past het programma zich aan aan het niveau van de leerling?
8. Moet er veel uitgelegd worden door de leerkracht?
9. Wordt er getoetst? Wordt er geoefend?
___
Algemeen:
* Sluit de software aan bij een methode?
* Hoe is de kwaliteit van de instructie?
* Zijn er differentiatiemogelijkheden?
* Krijgt de leerling feedback?
* Wordt er gebruik gemaakt van een duidelijke vormgeving?
* Is er een netwerkversie van het softwarepakket verkrijgbaar?
Welke vragen zijn er te stellen om tot goede en bruikbare software te komen.
* Het programma bevat wel/geen toetsmogelijkheden.
* Het programma sluit aan bij bestaande onderwijsinhouden, methoden?
* Kan de leerling het programma sturen?
– tempo;
– gang door het programma;
– moeilijkheidsgraad beïnvloeden;
– verlaten van het programma.
* Hoe reageert het programma op fouten van de leerling?
– geen reactie;
– herhalen van de vraag / opgave geven van aanvullende hulp.
* Helderheid instructies, zelfwerkzaamheid
* Hoe is de schermopmaak?
– lettertype overzichtelijkheid;
– begrijpelijkheid en logica;
– aanspreekvorm, aanspreekniveau;
– kleurgebruik;
– grafische vormgeving.
* Kwaliteit van het geluid?
– Is het geluid aan/uit te schakelen?
* Kan de leerkracht de gang door het programma aanpassen?
* het niveau aanpassen?
* tussentijdse- en/of eind overzichten oproepen?
* Eigen eisen: ……………..
_________________
We herhalen dat deze eisen in zeer grote mate afhankelijk zijn van je eigen doelstellingen. Enkele punten ter overweging kunnen we wel meegeven – maar hou er rekening mee dat je binnen je eigen specifieke onderwijssituatie zelf de zinvolheid van deze criteria moet inschatten:
*
is de leerinhoud van het programma inhoudelijk voldoende correct (het moet niet steeds 100 % correct zijn);
*
is het taalgebruik voldoende correct (vind je bijvoorbeeld het gebruik van de nieuwe spelling noodzakelijk);
*
zijn de gebruikte iconen en pictogrammen gemakkelijk juist te interpreteren;
*
veronderstelt het pakket voorkennis van de leerlingen die er nog niet is;
*
in welke mate geeft het programma zelf inhoudelijke feedback bij fouten van de leerling;
*
zijn de instructies voldoende begrijpbaar voor je leerlingen, moet je niet te veel tijd spenderen aan het uitleggen van de werking van het programma in vergelijking met de didactische opbrengst er van;
*
is het noodzakelijk dat een leerling zijn eigen tempo kan aanhouden en is dat dan voorzien;
*
is het noodzakelijk en mogelijk dat je als leerkracht de inhoud van de gepresenteerde stof kan uitbreiden en/of het reeds bestaande kan wijzigen (men spreekt in dit verband van “open” en “gesloten” systemen);
*
is het noodzakelijk en mogelijk dat je als leerkracht zelf oefeningen kan toevoegen;
*
is het noodzakelijk, wenselijk en mogelijk dat je als leerkracht uitgebreid de prestaties van de verschillende leerlingen automatisch kan volgen;
*
is het noodzakelijk en mogelijk dat de leerling of de leerkracht zelf de moeilijkheidsgraad van de uitleg en/of de oefeningen kan instellen;
*
als het een uitgebreid programma betreft: biedt het programma dan voldoende gradatie en variatie in de oefeningen zodat de leerlingen meerdere zinvolle oefenbeurten na mekaar kunnen maken;
*
veroorzaakt het gebruik van deze software geen conflicten met een andere didactische methodes die je in de klas gebruikt? Met andere woorden, sluit de didactische methode van de software aan bij de methode die je zelf in de klas volgt;
*
spreekt het programma de leerlingen aan? Niet te abstract of te saai, niet te belerend of te oubollig? Ook niet te druk en schreeuwerig?
Ook hier zal de aard van het gebruik van deze software mee bepalend zijn voor de eisen die je er aan stelt. Zal je bijvoorbeeld het programma klassikaal dan wel individueel gebruiken? Wens je een dergelijk programma aan te bevelen aan ouders, om het bij hen thuis te gebruiken in het kader van remediëring, of moet elk schoolkind dit volgen?
Zal de educatieve software gebruikt worden op slechts één of enkele pc’s in de klas of zal het programma gebruikt worden in een computerlokaal? Kan je enkele pc’s reserveren voor taalprogramma’s terwijl je andere pc’s exclusief voor “de wetenschappen” voorbehoudt? Ook hier geven we dus enkele aandachtspunten waarvan je zelf de zinvolheid moet inschatten:
*
kan het programma op voldoende toestellen tegelijkertijd werken in je klas of op de school (zijn de pc’s krachtig genoeg wat betreft processor, kloksnelheid, voldoende ram-geheugen, voldoende plaats op de harde schijf, is de grafische kaart krachtig genoeg (voldoende resolutie en videogeheugen), heb je een geluidskaart nodig, heb je een cd-rom-drive nodig, heb je een internet-aansluiting nodig, heb je het juiste operating system (DOS, Windows 3.x, Win 95, Win 98, APPLE SYSTEM, enz.).
Neem de minimumvereisten die door de ontwerpers van het programma vermeld worden met een grote korrel zout. Vaak heb je het dubbele aan ram-geheugen en kloksnelheid nodig om comfortabel te werken!
Harde schijven van pc’s staan steeds tien keer sneller vol dan je denkt.
*
voorziet het programma zelf voldoende helpfuncties;
*
is er een voldoende duidelijke handleiding in een taal die je begrijpt;
*
is de installatieprocedure voldoende eenvoudig (bijvoorbeeld in gevallen je een dergelijk programma zou willen aanbevelen aan ouders in het kader van remediëring);
*
loopt het programma niet te vaak vast (jammer genoeg bestaat er tegenwoordig bijna geen enkel programma meer dat nooit crasht!);
*
mag het programma blijvend op de pc geïnstalleerd worden (neemt dat programma bijvoorbeeld niet te veel ruimte van de harde schijf in beslag);
*
is de bediening ervan voldoende eenvoudig (zeker wanneer leerlingen er relatief zelfstandig en langdurig moeten mee werken).